De eerste controle duurt ongeveer 40 minuten en vindt plaats rond uw 8e zwangerschapsweek.
Wat u in ieder geval mee moet nemen naar de eerst controle zijn uw verzekeringsgegevens (pasje of polisblad), een klein beetje ochtendurine, eventuele uitslagen van onderzoeken die door de huisarts of de gynaecoloog gedaan zijn en uw partner is ook welkom!
Tijdens deze controle wordt de zwangerschapskaart ingevuld. Deze kaart bevat al uw gegevens die voor de zwangerschap, de bevalling en het kraambed van belang zijn.
Voor een goede begeleiding van de zwangerschap, de bevalling en het kraambed is een goede samenwerking tussen de verloskundige, de zwangere en haar partner nodig. Daarom vragen wij bij iedereen gericht naar een aantal heel persoonlijke dingen die u wellicht als confronterend of onverwacht kunt ervaren.
U kunt op een later tijdstip altijd terugkomen op vragen die wij aan u gesteld hebben. Misschien ten overvloede: Probeer zo eerlijk mogelijk te zijn in het beantwoorden van al onze vragen. Gekke of rare vragen of antwoorden zijn er niet. Als u wilt weten waarom wij dingen vragen dan kunt u dat gerust aangeven. Alleen met een zo juist en volledig mogelijke informatie kunnen wij u de begeleiding geven die u nodig hebt.
Eerst worden uw persoonlijke gegevens, als: naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en geboortedatum gecontroleerd.
Vervolgens worden een aantal persoonlijke dingen aan u gevraagd, zoals: medicijngebruik, foliumzuurgebruik, vaccinaties, rookgedrag, ziektes, operaties, het bekend zijn met een koorstlip, blaasontsteking etc. In het bijzonder krijgt u informatie over voeding, toxoplasmose, listeria en vitamine A.
Daarna worden uw familie en de familie van uw partner onder de loep genomen. Wij willen onder andere weten of er suikerziekte, hoge bloeddruk, TBC, tweelingen en aangeboren afwijkingen in de familie voorkomen.
Zeker in het geval van het voork omen van aangeboren afwijkingen is het voorafgaand aan het intakegesprek handig om bij uw familie na te vragen welke aandoening het precies betreft. Afhankelijk van de aandoening en hoe dichtbij deze in uw familie of in de familie van uw partner voorkomt wordt de mogelijkheid tot prenataal onderzoek (dit is onderzoek naar aangeboren afwijkingen bij de baby) met u besproken.
Indien u al eerder zwanger bent geweest worden ook deze gegevens verder uitgediept en op de kaart genoteerd. Als eventuele eerdere zwanger-schappen door ons gecontroleerd zijn hoeft u daarvan niets mee te nemen, maar wanneer u elders gecontroleerd of bevallen bent is het belangrijk om gegevens hierover mee te nemen.
Hoewel iedereen een termijnecho aangeboden krijgt, wordt uw eerste dag van uw laatste menstruatie gevraagd, de (on)regelmatigheid van uw cyclus wordt besproken en als u een zwangerschapstest heeft gedaan willen we graag weten wanneer die positief was. Aan de hand van deze gegevens wordt de uitgerekende datum berekend.
Indien u geen termijnecho wenst hoeft u van het aanbod geen gebruik te maken.
Om uw BMI (Body Mass Index) te berekenen meten we uw lengte en vragen we naar uw gewicht voor de zwangerschap. Door middel van uw BMI kan er gekeken worden of er een gezonde verhouding bestaat tussen uw lengte en uw lichaamsgewicht.
De keuze tussen thuis en poliklinisch bevallen (op voorwaarde dat zich geen bijzonderheden voordoen tijdens de zwangerschap) wordt met u besproken, evenals de keuze tussen borstvoeding en flesvoeding. Ook de mogelijkheid voor een zwangerschapscursus wordt besproken. Zeker bij een eerste zwangerschap is dit aan te raden. Kijkt u voor meer informatie onder het kopje “regelzaken”.
U wordt, indien u dat wenst, geïnformeerd over de mogelijkheid van prenatale screening op het syndroom van Down en over een screeningsecho bij twintig weken. Deze informatie wordt ondersteund door een folder.
Wanneer u vast meer informatie wilt of wanneer u wilt lezen wat er in deze folder staat kunt u dit vinden onder “prenatale screening”.
Als alles is opgeschreven wordt er bloed bij u afgenomen. Meestal gebeurt dat op de praktijk, maar het is ook mogelijk dat u naar de polikliniek wordt verwezen.
Uw bloedgroep en uw Rhesusfactor worden bekeken, evenals het voorkomen van antistoffen, ook wordt uw Hb bepaald. Uw bloed wordt getest op HIV, Hepatitis B en Lues. Voor meer informatie hierover kunt u kijken onder het kopje “bloeduitslagen”.
Vervolgens wordt uw bloeddruk gemeten, uw urine gecontroleerd en wordt u gewogen.
Er zijn praktijken die zwangeren niet wegen of die urine niet controleren. Wij zijn van mening dat het ons aanvullende informatie kan verschaffen die bijdraagt aan een goede begeleiding van de zwangerschap. Wegen wordt iedere controle gedaan. Controle van de urine vindt plaats bij de intake, bij 30 weken en vanaf 36 weken iedere keer.
U hoeft nog niet op de onderzoeksbank te liggen, omdat de baarmoeder nog achter de symfyse (het schaambot) zit. De harttonen van de baby zijn dan ook nog niet te horen.
U krijgt een heleboel informatie mee tijdens deze controle, zowel mondeling als schriftelijk. Wij kunnen ons voorstellen dat dat té veel is om in één keer op te nemen. U kunt er daarom altijd bij een volgende controle op terug komen of over bellen.
Behalve tijdschriften om door te lezen krijgt u ook folders mee, hier moet u écht naar kijken, dit zijn belangrijke folders!
U ontvangt de folder “Zwanger!”; dit is een belangrijke folder over het bloedonderzoek, leefgewoontes etc. U ontvangt ook een folder over eetgewoontes.
U ontvangt een folder over kraamzorg. Een kraamverzorgster komt tijdens de bevalling de verloskundige assisteren en doet controles bij u en bij de baby tijdens de eerste week na de bevalling. U kunt bij uw verzekering navragen op hoeveel uren zorg u recht hebt en of u gebonden bent aan een bepaalde kraamzorginstelling. Wij hebben geen voorkeur voor instelling, maar verplichten u wel om in ieder geval 4 dagen van 4 uur zorg aan te vragen. Kijkt u voor een lijst van kraamzorginstellingen onder “Contacten”.
U ontvangt ook een folder over Geneesmiddelen en Zwangerschap in combinatie met een formuliertje van de apotheek; indien u dit invult en inlevert bij de apotheek registreert deze dat u zwanger bent en dit is belangrijk in het geval dat u medicijnen gebruikt of gaat gebruiken.
U ontvangt een folder over Borstvoeding en indien u borstvoeding wilt gaan geven ook een flyer voor een borstvoedingscursus. Een borstvoedingscursus doet u goed beslagen ten ijs komen en voorkomt veel onnodige ongerustheid in het kraambed. Kijkt u voor meer informatie onder het kopje “Contacten”
Ook ontvangt u een praktijkboekje met op de achterkant een verkorte versie van de zwangerschapskaart. U dient dit boekje mee te nemen naar elke controle. U krijgt een plastic mapje om het boekje netjes te houden en om andere belangrijke papieren in te bewaren.
| Bloeduitslagen |
|
Tijdens de eerste controle wordt op de praktijk bloed bij u afgenomen of wordt u verwezen naar de polikliniek. Bij iedere zwangere wordt het bloed getest op:
-bloedgroep en de rhesus-D-factor
Welke bloedgroep u heeft, heeft op de zwangerschap geen invloed. Het is wel van belang om uw bloedgroep te weten in het geval u tijdens of na de bevalling een bloedtransfusie nodig heeft. De rhesus-factor is wel van belang voor de zwangerschap. Indien u rhesus-negatief bent is dat niet iets bijzonders of gevaarlijks. Het is een kwestie van erfelijkheid. Het heeft echter wel bijzondere aandacht nodig om complicaties te voorkomen als u een rhesus-positieve baby draagt. Tijdens de zwangerschap is er een kleine kans op uitwisseling van het bloed van de moeder en dat van de baby. Als rhesus-positief bloed van de baby in de bloedbaan van een rhesus-negatieve moeder komt kan de moeder afweerstoffen tegen dat bloed gaan aanmaken (antistoffen) Deze antistoffen kunnen de rode bloedcellen van de baby gaan afbreken, waardoor de baby al in de baarmoeder bloedarmoede kan krijgen. Als u 30 weken zwanger bent wordt er nogmaals bloed bij u geprikt om te kijken of er antistoffen in uw bloed aanwezig zijn. U krijgt een injectie om de aanmaak van antistoffen tegen te gaan als u nog niet eerder bevallen bent. Na de bevalling wordt het navelstrengbloed van de baby gecontroleerd en als blijkt dat de baby rhesus-negatief is hoeft er niets te gebeuren, maar als de baby rhesus-positief blijkt te zijn krijgt u nogmaals een injectie anti-D.
● antistoffen
Behalve rhesus-D-antistoffen bestaan er ook nog een heleboel andere antistoffen die soms wel en soms niet schadelijk zijn tijdens de zwangerschap. Als er antistoffen voorkomen wordt er, afhankelijk van het type antistof gekeken of u nog meer onderzoeken moet ondergaan of dat u onder behandeling van de gynaecoloog moet komen. Ook is het mogelijk dat er bloedonderzoek bij de biologische vader gedaan moet worden.
● hepatitis B
Bij hepatitis B bestaat er een infectie van de lever. Wanneer bekend is dat u drager bent van het hepatitis-B-virus wordt er met u besproken hoe u de kans op besmetting van de omgeving zo klein mogelijk kunt houden en kan er door vaccinatie en immunisatie van de baby na de geboorte meestal voorkomen worden dat de baby geïnfecteerd wordt. Zowel de zwangerschap als de bevalling kunnen door de verloskundige begeleidt worden. Wij zullen ook zorg dragen voor de immunisatie en de eerste vaccinatie van de baby.
● HIV
HIV is het virus dat Aids kan veroorzaken. Het virus kan overgedragen worden op de baby. Hoe eerder bekend is dat u HIV-drager bent hoe eerder er gestart kan worden met een medische behandeling waardoor de overdracht van HIV op de baby geminimaliseerd wordt. Indien u HIV-positief bent zal uw zwangerschap gecontroleerd worden door de gynaecoloog.
● lues (syfilis)
Lues is een geslachtsziekte die ernstige afwijkingen bij de baby kan veroorzaken. Als al vroeg in de zwangerschap ontdekt wordt dat u lues heeft kan de kans op aandoeningen door middel van antibiotica mogelijk worden verkleind.
● ijzergehalte
Met onderzoek naar het ijzergehalte (hemoglobinegehalte van rode bloedcellen = Hb) kan worden nagegaan of u bloedarmoede heeft. Bloedarmoede is goed te behandelen en is niet schadelijk voor de baby.
| Termijnecho |
|
De uitgerekende datum wordt gecontroleerd en vastgesteld door middel van een termijnecho die rond uw 10e zwangerschapsweek plaatsvindt. Ook wordt er gekeken of de zwangerschap zich in de baarmoeder bevindt, of het een vitale zwangerschap betreft en of het een één- of meerlingzwangerschap betreft.
De termijnecho wordt gemaakt bij ons op de praktijk.

Tijdens de echo wordt er voornamelijk gekeken naar de grootte van het kindje. Geen van de verloskundigen is bevoegd en bekwaam tot het doen van verdere uitspraken over de gezondheid. Natuurlijk wordt het wel aan u gemeld indien er bijzonderheden zichtbaar zijn op de echo en zult u in dat geval doorgestuurd worden naar een gespecialiseerd centrum voor verder onderzoek. Indien u dit niet wenst, kunt u dit vóór het onderzoek kenbaarmaken.
Voor het beste resultaat dient u te komen met een enigszins volle blaas; 2 glazen water drinken voordat u van huis vertrek en niet plassen net voordat u aan de beurt bent.
| Prenatale screening |
|
Wel of geen prenataal onderzoek is een moeilijke afweging. Niet iedereen wil geïnformeerd worden over de mogelijkheden. Maar als u dat wel wilt is het belangrijk dat alle aspecten belicht worden.
In elke zwangerschap bestaat er een kans van 2 à 4% dat de baby een aangeboren afwijking zal hebben. Vaak zijn die afwijkingen zeer gering en niet of nauwelijks van betekenis, maar soms heeft een afwijking meer gevolgen.
Sinds 1 januari 2006 zijn er 2 mogelijke vormen van screening die aan elke zwangere worden aangeboden. Zij zijn hieronder beschreven.
In onze praktijk zijn van beide onderzoeken uitgebreide folders aanwezig. U krijgt deze folders, indien u dat wenst, mee bij de intake, maar uk unt deze ook al eerder ophalen.
Kansberekenende testen op het syndroom van Down.
Het syndroom van Down (vroeger ook wel “mongooltje” genoemd) wordt veroorzaakt doordat er één chromosoom (nummer 21) te veel in elke lichaamscel aanwezig is.
Door middel van het combineren van een bloedonderzoek, een echo naar de nekplooi van de foetus en uw leeftijd kan er een kansbereking op het syndroom van Down uitgevoerd worden.
Dit heet screening.
Indien er uit de kansberekenende test risico van groter dan 1 op 250 op een kindje met het syndroom van Down komt, krijgt u een vlokkentest of vruchtwaterpunctie (diagnostiek) aangeboden. Middels deze onderzoeken kan met zekerheid worden vastgesteld of het syndroom van Down aanwezig is.
Zowel een vlokkentest als een vruchtwaterpunctie zijn ingrepen die enig risico op een miskraam met zich meebrengen.
Als u in geen geval van plan bent verder onderzoek (diagnostiek) in de vorm van vlokkentest of vruchtwaterpunctie te laten doen, moet u overwegen of u de screening wilt laten plaatsvinden. Blijkt uit de screening een verhoogde kans, dan bent u wél ongerust. Onze ervaring is dat het nemen van een besluit tot nader onderzoek dan moeilijk valt.
Uw leeftijd speelt een rol bij het vaststellen van de kans dat uw baby het syndroom van Down heeft. Hoe hoger uw leeftijd, hoe groter de kans (zie tabel). Om deze reden wordt alle vrouwen van 36 jaar en ouder een vlokkentest of vruchtwaterpunctie aangeboden. De keuze om hier al dan niet gebruik van te maken is geheel aan u. U kunt uw kans ook door middel van de screening eerst nog preciezer laten bepalen en dan alsnog besluiten of u één van beide testen wilt laten doen.
Leeftijd van de vrouw Kans op Down-syndroom
20 jaar 1 op 1500
30 jaar 1 op 910
36 jaar 1 op 310
40 jaar 1 op 110
45 jaar 1 op 30
Vroege bloedtest
Door uw bloed te onderzoeken (tussen 9 en 11 weken zwangerschap) kan men, in combinatie met uw leeftijd, de kans op het syndroom van Down bij uw baby bepalen. Hierbij is het van belang dat uw zwangerschapsduur precies bekend is, dus zonodig moet eerst een echo-onderzoek worden gedaan.De laboratoria van de Isala Klinieken bepalen uit het bloed ook of er een grotere kans is op een kindje met trisomie 13 of 18.
De uitslag wordt bijvoorkeur gecombineerd met die van een nekplooimeting (zie hieronder). Gebeurt deze nekplooimeting niet, dan gaat de uitslag van het bloedonderzoek binnen een week schriftelijk naar de verloskundige. Zij zal vervolgens contact met u opnemen. Is de kans hoger dan 1 op 250, dan neemt de gynaecoloog telefonisch contact op met uw verloskundige.
Nekplooimeting
Bij een nekplooimeting, die plaatsvindt tussen 11 weken + 3 dagen en 14 weken zwangerschap, wordt tijdens een echo de dikte van de nekplooi van uw baby gemeten. Met de uitkomst van dit onderzoek kan, in combinatie met uw leeftijd (en bij voorkeur ook met de uitslag van het bloedonderzoek), de kans worden bepaald dat uw baby het syndroom van Down heeft. De kans op het syndroom van Down wordt direct na het echo-onderzoek door de gynaecoloog of door degene die de echo uitvoert, met u besproken. Is deze kans hoger dan 1 op 250, dan kunt u gebruik maken van de mogelijkheid een vlokkentest of vruchtwaterpunctie te laten verrichten.
Als uw kind een nekplooi van 3,5 millimeter of dikker had maar nader onderzoek (vlokkentest of vruchtwaterpunctie) geen syndroom van Down aantoonde, kan deze dikkere nekplooi een enkele keer duiden op een andere afwijking, bijvoorbeeld een hartafwijking. Daarom zal men dan met u bespreken of u bij 20 weken een uitgebreid echo-onderzoek wilt laten verrichten.
In verreweg de meeste gevallen worden de gegevens van het bovengenoemde bloedonderzoek en die van de nekplooimeting gecombineerd. Op die manier kan de kans op het krijgen van een kind met syndroom van Down het beste worden berekend. Het is daarom aan te raden bij het bloedonderzoek ook al een afspraak te (laten) maken voor de nekplooimeting; het gecombineerde risico wordt dan direct na de nekplooimeting met u besproken.
Late bloedtest
Door uw bloed dat tussen 15 en 20 weken zwangerschap is afgenomen, te onderzoeken kan men, in combinatie met uw leeftijd, de kans bepalen dat uw baby het syndroom van Down heeft. Ook dan is het van belang dat uw zwangerschapsduur precies bekend is, dus zonodig moet eerst een echo-onderzoek worden gedaan. De uitslag gaat binnen een week schriftelijk naar de verloskundige. Is de kans op het syndroom van Down hoger dan 1 op 250, dan neemt de gynaecoloog telefonisch contact op met uw verloskundige. Indien gewenst kan dan zo spoedig mogelijk nader onderzoek worden gedaan. Met dit bloedonderzoek kan ook worden bepaald of uw baby een verhoogde kans heeft op een “open ruggetje”(een neurale-buisdefect of spina bifida) of een kattenkopje (anencephalie). Als dit het geval is, dan kan een uitgebreid echo-onderzoek u daarover zekerheid geven.
Met de hierboven beschreven onderzoeken wordt dus de káns op het krijgen van een kind met het syndroom van Down berekend. Een relatief hoge kans van bijvoorbeeld 1 op 80 betekent dat van de 80 vrouwen met een dergelijke kans er één een kind met het syndroom van Down krijgt, maar 79 krijgen het niet. Daarentegen betekent één op 1200 dat de kans laag is – 1199 vrouwen krijgen geen kind met het syndroom van Down – maar toch niet uitgesloten, één vrouw krijgt wel een kind met het syndroom van Down. Een kans is geen zekerheid.
Met de genoemde onderzoeken worden alléén de kans op het syndroom van Down (en soms een neurale-buisdefect) berekend, de kans op andere afwijkingen kan hiermee niet worden bekeken.
Uw verzekeraar vergoedt het kansberekenend onderzoek indien er verhoogd risico op een afwijking bestaat. Zonder verhoogd risico is er geen wettelijk recht op vergoeding.
Als er een verhoogd risico is vastgesteld (met of zonder kansberekende testuitslagen) bespreekt de gynaecoloog/verloskundige de mogelijkheden van verder diagnostisch onderzoek. De zorgverzekeraar vergoedt dit vervolgonderzoek volledig.
Door bloedonderzoek en nekplooimeting wordt uitsluitend de kans op het krijgen van een kind met het syndroom van Down berekend. Een kans is geen zekerheid. Als de kans op het syndroom van Down is verhoogd, dan kan alleen een vlokkentest of vruchtwaterpunctie zekerheid geven.
Wilt u nadere informatie neem dan gerust contact met ons op.
Structureel echoscopisch onderzoek
Het structureel echo onderzoek tussen de 18e en 20e week van de zwangerschap heeft als doel het beoordelen van de groei en de anatomie van de baby, waardoor een vroege groeivertraging of een anatomische afwijking ontdekt kan worden. Vóór die tijd is het kind te klein.
Anders dan bij een ‘gewone’ echoscopie tijdens de zwangerschap (bijvoorbeeld om de duur van de zwangerschap vast te stellen) worden bij uitgebreid echoscopisch onderzoek alle organen van het kind nauwkeurig bekeken. Ook de ledematen, het hoofd en de romp worden beoordeeld. Het onderzoek duurt ongeveer 40 minuten.
Wanneer er een vermoeden op een afwijking is, wordt dit met u besproken. U wordt dan zo snel mogelijk naar een specialist op het gebied van foetale echoscopie verwezen, door wie de baby nog een keer uitgebreid echoscopisch bekeken zal worden. U krijgt indien u dit wenst verdere uitleg en begeleiding.
Vanaf een zwangerschapsduur van 20 weken is uitgebreid echoscopisch onderzoek een betrouwbare methode om aangeboren afwijkingen vast te stellen. Over het algemeen is de kans groot dat ernstige aangeboren afwijkingen ook gezien worden. Toch wordt een enkele keer een afwijking niet opgemerkt.
Andere aandoeningen zoals chromosoomafwijkingen gaan vaak niet gepaard met afwijkingen die zichtbaar zijn bij uitgebreid echoscopisch onderzoek.
Bewegingen van de baby tijdens het echo-onderzoek en een forse bouw van de aanstaande moeder kunnen het echo onderzoek bemoeilijken. Het onderzoek is dan ook nooit een garantie dat uw kind gezond is.
Hoewel het niet vaak voorkomt, kan het gebeuren dat een echo een afwijking doet vermoeden, die bij het vervolgonderzoek niet teruggevonden wordt of niet ernstig blijkt te zijn.
Voor de vergoeding van het structureel echoscopisch onderzoek verwijzen wij u naar de informatie van de Koninklijke Organisatie voor Verloskundigen (www.knov.nl). U kunt natuurlijk ook contact opnemen met uw zorgverzekeraar.
Het is belangrijk u te realiseren dat het structureel echoscopisch onderzoek u mogelijk negatieve informatie kan geven over de gezondheid van uw baby. Deze informatie kan de beleving van uw zwangerschap ten nadele beïnvloeden.
Daarnaast willen wij nogmaals herhalen dat het onderzoek geen zekerheid geeft over de gezondheid van uw baby. Niet alle afwijkingen kunnen en zullen ook daadwerkelijk opgespoord worden.
Indien u gebruik wilt maken van het structureel echoscopisch onderzoek, dan kunt u dit tijdens het spreekuur aan ons doorgeven of telefonisch aan onze assistente Roelie. Wij regelen voor u de schriftelijke verwijzing. De afspraak met de echosopiste dient u zelf te maken.
| Vervolgcontroles |
|
Omdat we met z’n vieren werken proberen we dat u tijdens de zwangerschapscontroles een ieder van ons in minimaal één keer ziet. Tot en met uw 24e zwangerschapsweek komt u om de 4 weken, daarna tot en met de 30e zwangerschapsweek om de 3 weken, tot en met de 36e zwangerschapsweek om de 2 weken en na de 36e zwangerschapsweek komt u elke week. Deze richtlijn wordt landelijk aangehouden, maar indien er een aanleiding voor is wijken wij hier soms van af.
Neemt u alstublieft uw afsprakenkaartje elke keer mee.
Deze controles zijn allemaal wat korter, zo’n 10 minuten, maar zo nodig of zo gewenst is het ook mogelijk om meer tijd voor u in te plannen. Geeft dit tijdens het plannen van een nieuwe afspraak even aan.
Tijdens deze controles wordt er gevraagd hoe het met u is, is er tijd voor vragen van uw kant, worden de bloeddruk en het gewicht gemeten, wordt er gevraagd hoe het gaat met het bewegen van de baby en gaat u op de onderzoeksbank om de grootte van de baarmoeder te voelen en eventueel (als de baby wat groter is) ook de ligging van de baby. Ook wordt er elke keer naar het hartje van de baby geluisterd. Soms is het handig als u uw vragen van te voren op een briefje schrijft; vaak als u bij ons zit bent u de vraag spontaan vergeten.
De controle rond de 30 weken is iets uitgebreider. Wij prikken dan nogmaals uw Hb-gehalte en u moet ook nog een keer urine meenemen. Ook krijgt u van ons een formulier waarop staat wat u allemaal in huis moet halen en wanneer u ons moet bellen als uw bevalling op gang komt.
Indien u borstvoeding gaat geven ontvangt u een daar een informatieboekje over. U kunt dit boekje nu al van deze website downloaden door hier te klikken.
U ontvangt ook twee folders over de bevalling: 'Hoe bereid je je voor?' en 'Hoe ga je om met pijn?'.
Rond uw 36e zwangerschapsweek plannen wij een dubbele controle. De bevalling komt steeds dichter bij en zult naar alle waarschijnlijkheid vragen daarover hebben.Schrijf uw vragen gerust op, zodat u niets vergeet!
We bespreken kort hoe een bevalling verloopt en wanneer u ons moet bellen. We bespreken uw vragen en uw zorgen. Ook stemmen we een ieders verwachtingen op elkaar af.
We stellen het op prijs als u uw partner, of degene die u ondersteunt tijdens de bevalling, meeneemt naar deze controle.
Voor de controles vanaf 36 weken zwangerschap dient u urine mee te nemen. Het lichaam wordt in die periode maximaal belast en extra controle is dan wel op zijn plaats.
| Groei van de baby |
|
In de eerste 13 weken van de zwangerschap wordt de baby gevormd, daarna vindt voornamelijk groei en uitrijping van de organen plaxats. Om u een beetje en indruk te geven van hoe groot uw kindje is hebben we een tabel opgezet waarin we uitgaan van een gemiddelde.
Dat gemiddelde is lastig te bepalen omdat er bepaalde factoren zijn die meespelen in de grootte van de baby; een eerste, tweede, derde kind, het geslacht van het kind, de nationaliteit van de ouders, leefwijze van de moeder, etcetera.
| Aantal weken |
Aantal grammen |
Aantal centimeters |
| 12 |
20 |
7 |
| 13 |
30 |
8 |
| 14 |
60 |
9 |
| 15 |
100 |
11 |
| 16 |
130 |
15 |
| 17 |
150 |
18 |
| 18 |
200 |
20 |
| 19 |
260 |
22 |
| 20 |
360 |
25 |
| 21 |
400 |
27 |
| 22 |
450 |
28 |
| 23 |
500 |
29 |
| 24 |
550 |
30 |
| 25 |
660 |
32 |
| 26 |
700 |
33 |
| 27 |
810 |
34 |
| 28 |
910 |
35 |
| 29 |
1240 |
36 |
| 30 |
1540 |
37 |
| 31 |
1840 |
38 |
| 32 |
1910 |
40 |
| 33 |
2010 |
41 |
| 34 |
2230 |
43 |
| 35 |
2540 |
44 |
| 36 |
2950 |
45 |
| 37 |
3020 |
46 |
|